De bibliotheek- en archiefcollecties van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zitten vol bijzondere verhalen over erfgoed in Nederland. In de blogserie ‘Parels uit het depot’ belichten we steeds een van die verhalen. Deze keer is dat die van de collectie Bureau Wederopbouw Boerderijen (BWB). Deze instantie werd in 1940 opgericht en speelde tot het midden van de jaren vijftig een belangrijke rol in het herstellen van boerderijen die tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) zwaar werden beschadigd.
Beeld: © Rijksmuseum / Charles Breijer
Documentaire foto van een verwoeste boerderij.
Een bureau voor de boeren
Beeld: Collectie RCE, BWBA dossier 6038
Het schadeformulier toont niet alleen het boerderijtype, maar ook waar het BWB onder viel, namelijk het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden meer dan 9.000 boerderijen verwoest. Omdat boerderijen van groot belang waren voor de voedselvoorziening, ging men al twee maanden na de Duitse inval aan de slag met de wederopbouw. Overheidshulp was noodzakelijk, vanwege de grote schaal van de verwoesting. Die hulp kwam er met de oprichting van het BWB op 15 juli 1940. Het herstellen van zoveel mogelijk boerderijen werd een monsterklus.
Uit het archief van het BWB is op te maken wat het bureau deed en hoe de boerderijen er vóór en na de oorlog hebben uitgezien. De duizenden dossiers die bewaard zijn gebleven, werden in 1990 door de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO) gered van vernietiging. In 2007 werd het BWB-archief overgedragen aan de RCE.
Herstel tot en met de laatste steen
Het BWB was van A tot Z betrokken bij het herstellen van de getroffen boerderijen. Dit betekende dat het Bureau de schade opnam, noodwoningen en noodstallen liet bouwen, de architectenkeuze van de boeren toetste, de bestekken (nauwkeurige beschrijving van het te leveren werk, de geldende voorwaarden en bouwtekeningen) beoordeelde, de financiering regelde en toezicht hield op het bouwproces. Dit alles werd gedocumenteerd in een zogeheten schadedossier. Een onderdeel hiervan was de reconstructie van de verwoeste of beschadigde boerderij.
Beeld: Collectie RCE, BWBA dossier-6038
Voorbeeld van een reconstructieschets van een verwoeste boerderij uit Holwinde (Groningen), 1942
Herinneringssteen
De boerderijen die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden hersteld, worden wederopbouwboerderijen genoemd. De meeste van deze boerderijen zijn nog steeds te herkennen aan de wederopbouwsteen met daarop het beeld van een leeuw die herrijst uit de vlammen. Meestal is de gedenksteen te vinden naast de voordeur, boven het midden van de voorgevel of op een hoek aan de voorkant van de boerderij. Deze gevelsteen werd gezien als symbool van overwinning op de verwoesting en van herrijzenis. Het was de nieuwe generatie boerenkinderen voorbehouden om deze steen in de muur te leggen. Achter elk van die stenen zit een verhaal. Een daarvan is die van Hoeve Axel.
Beeld: © Wikimedia Commons / Agaath, CC BY-SA 4.0
Wederopbouwsteen van Hoeve Axel met bouwjaar 1947
Onder vuur
In april van het jaar 1945 was de bevrijding op Texel nabij, maar er woedde nog een strijd in de buurt van de vuurtoren bij De Cocksdorp. Op het Waddeneiland was een bataljon (legereenheid) gestationeerd van Georgische afkomst. Deze Georgiërs waren eerst krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers, maar gingen ‘vrijwillig’ in dienst van de Duitsers om de onmenselijke omstandigheden in de kampen te vermijden. Toen het Georgische bataljon zag dat de Duitsers aan de verliezende hand waren, kwamen ze in opstand. Dit leidde tot hevige gevechten. Hierdoor moesten meerdere boerderijen het ontgelden. Op Texel brandden er 40 van de 74 boerderijen af of werden zwaar beschadigd. Bij 32 daarvan was herbouw noodzakelijk.
Een van de boerderijen was Hoeve Axel. Deze boerderij uit 1913 werd vernoemd naar de woonplaats van de bouwer, het Zeeuwse Axel. De koeien- en paardenstal vloog in brand, maar wonder boven wonder bleef het woonhuis bespaard. Daar woonde Jan Jacobszoon van Heerwaarden, samen met zijn vier kinderen. Uit het schadeformulier blijkt dat de koestal en schuur geheel werden verwoest.
Beeld: Collectie RCE, BWBA dossier 6038
Schadeformulier met gegevens van de verwoeste boerderij Axel, 9 april 1945.
Beeld: Collectie RCE, BWBA dossier-6038
Tekening van H. Gerrits, architect J. Brandsteder, situatie en plattegrond van de verwoeste schuur van Hoeve Axel (I).
Tussen hoop en vrees
Voor iedere gedupeerde boerenfamilie was het een verschrikkelijke en onzekere tijd. Het was lang niet altijd duidelijk hoe lang de bouw van hun nieuwe boerderij op zich liet wachten. Eén boer, Theodorus Gerrits, was zelfs zo ontevreden dat hij het BWB een brief stuurde. Het is een van de weinige bronnen uit het archief die de kant van de boeren belicht. Zijn situatie was niet bepaald rooskleurig, omdat de bouw van zijn nieuwe boerderij niet opschoot. In de tussentijd was het dak van zijn tijdelijke woning in zo’n slechte staat, dat als het regende het gezin van elf kinderen alle bedden moesten verplaatsen.
Vaak moesten er tijdens de wederopbouw noodoplossingen komen en woonden de gedupeerde boerenfamilies in een stal, zelfgebouwde noodwoning of bij de buren. Een belangrijke taak van het BWB was dan ook om langs de boeren te gaan om te vragen wie er een tijdelijk onderkomen nodig had in de vorm van een noodwoning. Bij het bouwen van zo’n onderkomen, hergebruikten de boeren zoveel mogelijk materiaal van hun verwoeste boerderij. Voor het vee werd er vaak een noodstal gebouwd, zoals ook bij Hoeve Axel het geval was.
Moderniseringsslag
Het BWB zag de wederopbouw ook als kans voor het moderniseren van zowel het woongedeelte als de stallen. De stallen moesten aan een aantal eisen voldoen, waaronder genoeg openslaande deuren, automatische drinkvoorziening, stalvloeren van beton, waterdichte gierafleidingen en gierkelders, afzonderlijke ruimte voor voerderbereiding én uitstekende ventilatie.
Beeld: RCE
Op de bouwtekening van Joh. G. Brandsteder staan de koeienhokken (genummerd) en is er een aparte ruimte voor de voerderbereiding, 4 mei 1947.
Voor een goede hygiëne kreeg Hoeve Axel een stal waarin de koeien vast op een plek staan. Achter hen liep een mestgoot. Op deze manier hoefde het vee niet meer vrij rondlopend op de mest te staan, zoals in een potstal.
Net als bij andere boerderijen in de polder Eierland op Texel bestond de angst voor brandgevaar. Daarom bouwde het BWB de zolders boven de koestallen zoveel mogelijk met niet-brandbaar materiaal. Uit het rapport dat de werkzaamheden van de bouw omschrijft, het bestek, is precies op te maken welk materiaal dat is: brandvrije holle bakstenen, ook wel perfora-stenen genoemd.
Beeld: Collectie RCE, BWBA dossier 6038
Bouwtekening door J. Brandsteder van Hoeve Axel. De ventilatorkoker op het dak is een van de moderniseringen die in deze wederopbouwboerderij zijn doorgevoerd.
Hoeve Axel nu
Beeld: © Wikimedia Commons / Agaath, CC BY-SA 4.0
Hoeve Axel in De Cocksdorp (Texel) in augustus 2024.
Op de recente foto van Hoeve Axel is de gelijkenis te zien met de tekening die architect J. Brandsteder van het BWB maakte. De eigenaar van de boerderij heeft tegenwoordig een gemengd bedrijf en doet aan akkerbouw en veeteelt. Ook biedt het kampeerplaatsen.
Dit verhaal over de wederopbouw van Hoeve Axel is slechts een van de velen. De erfgoedwaarde van sommige boerderijen is zelfs zo hoog, dat deze als rijksmonument zijn bestempeld. Dit is het geval bij ‘Hoeve Welgelegen’ in Leiderdorp. Weer een andere noodboerderij is later omgetoverd tot B&B ’t Vogelhuisje te Dalfsen. Zo heeft elke boerderij zijn eigen verhaal, maar wat veel wederopbouwboerderijen gemeen hebben is hun veerkracht. De symboliek van de herinneringssteen is daarbij veelzeggend: een leeuw met onverwoestbare kracht die herrijst uit de vlammen.
Dit blog is geschreven door Stan Kelder en is onderdeel van de serie Parels uit het depot: #parelsuithetdepot.