De bibliotheek- en archiefcollecties van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zitten vol bijzondere verhalen over erfgoed in Nederland. In de blogreeks ‘Parels uit het depot’ belichten we steeds een van die verhalen. Dit keer gaat het om het archief van de Amsterdamse kunstenares Ro (Rosa Catharina) Mogendorff (1907-1969), dat door de RCE wordt beheerd.
De artistieke nalatenschap van Ro Mogendorff die in 2016 aan de RCE werd geschonken omvat ongeveer 450 werken. De kunstwerken worden bewaard in het CollectieCentrum Nederland (CC NL) en zijn beschikbaar voor bruiklenen aan musea en niet-museale instellingen. Daarnaast zijn er vele archiefstukken en documenten nagelaten, zoals brieven, ansichtkaarten en andere correspondentie, foto’s, een schetsboek, een adresstempel en telefoonklapper. Deze behoren tot het kunstenaarsarchief van Ro Mogendorff dat wordt beheerd in het archiefdepot van de RCE, op het Smallepad in Amersfoort.
[Tekst gaat verder onder de foto]
Schetsboekje van Ro Mogendorff, vermoedelijk uit haar periode in Israël, eind jaren zestig. Eén van de vele objecten uit het archief.
In de voetsporen van Mogendorff
Bijzonder is dat de archiefstukken haar hele levensloop beslaan: van de wieg tot het graf, van een kinderfoto tot aan haar condoleanceboek. De tentoonstellingscatalogi en de vele brieven van musea, overheden en kunstverenigingen geven een gedetaillleerd overzicht waar en wanneer haar werk is geëxposeerd. Maar niet alles is positief: er zit ook een rauwe rand aan dit archief. Het bevat namelijk schriften met ernstige, sombere gedichten geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De kunstenares van haar dromen
Rosa, ook wel liefkozend ‘Ro’ genoemd, komt in 1907 op de wereld, tegelijkertijd met haar tweelingzusje ‘Do’ (Isadora). Ze lijken als twee druppels water op elkaar. Beiden groeien op in een liberaal joods gezin. Helaas is het met de gezondheid van Ro niet goed gesteld. Bij de geboorte heeft ze een longontsteking, weinig gewicht en twee botbreuken. Het is kenmerkend voor de rest van haar leven, waarin ze regelmatig worstelt met haar gezondheid.
Als kind wil Ro het liefst de hele dag vioolspelen en tekenen. Vioolspelen lukt door haar fysieke gesteldheid niet, dus kiest ze voor dat laatste. Maar haar ouders staan hier afwijzend tegenover. De droom om verder te gaan met tekenen wordt voor Ro gelukkig werkelijkheid dankzij haar buurman Willem Witsen. Hij heeft een atelier op de Oosterparkstraat in Amsterdam, waar zij als dertienjarig meisje een paar keer over de vloer komt. Hij zorgt er persoonlijk voor dat Ro wordt toegelaten op de Dagtekenschool aan de Gabriël Metsusstraat. Als de jonge kunstenares in wording wat ouder is, volgt ze de vijfjarige opleiding aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten, op loopafstand van haar huis. Ro leert er boetseren, schilderen en tekenen. Op haar tweeëntwintigste wordt ze onderscheiden met de Cohen Godschalkprijs: een kunstprijs voor veelbelovende leerlingen in de schilderklas van de Rijksacademie.
[Tekst gaat verder onder de foto]
Ro voor Chateau de la Grillère. Foto genomen door Polly Zwaal ergens in augustus of september 1930.
"Schandwildering"
Eén jaar na de uitreiking van de prijs, krijgt Ro samen met haar vriendin Polly (Pauline) Zwaal een schilderopdracht in Frankrijk. Daardoor verblijft ze enkele jaren op kasteel Chateau de la Grillère in het plaatsje Faye la Vineuse. Hierover vertelt Ro op haar eigen kenmerkende manier in een interview:
Het werd een bijzonder lelijke wandschildering (meer een schandwildering), gemaakt staande op 'n bijzonder hoge stellage waar ik twee keer afgevallen ben. Een niet zo heel riante affaire die ons twintig gulden opbracht en we kregen nog ruzie met de opdrachtgever wie de verf moest betalen.
Daarnaast maakt ze voor de kost portretten van vooral kinderen en vervaardigt ze illustraties voor tijdschriften en winkeladvertenties.
Binnenzijde persoonsbewijs op naam van Rein van Zanten
Gedwongen naamsverandering
Als de Duitsers Nederland bezetten, breekt voor Ro Mogendorff een verschrikkelijke periode aan. Ze is doodsbang en leeft in die jaren onder een andere identiteit: Rein van Zanten. In het archief vinden we het persoonsbewijs dat door de gemeente Amsterdam in 1941 werd afgegeven. Voor haar eigen veiligheid moet ‘Rein’ zich schuilhouden op de Noorderstraat 58 in Amsterdam. Haar gemoedstoestand is uiterst neerslachtig, wat blijkt uit de gedichten die ze schrijft. 1943 is een bijzonder zwaar jaar voor Ro door het onverwachte overlijden van haar jongere zus Liesje en haar vader Emmanuel, terwijl hij ondergedoken zit in Haarlem.
Ro aan het werk
Ondanks de verschrikkingen van de oorlog en de impact die dit heeft op haar leven, tekent Ro door. Haar werk werd door haar tijdgenoten erg geprezen. Ondanks de aandacht voor nieuwe abstracte kunst, bleef Mogendorff werken in haar eigen karakteristieke realistische stijl. Zo portretteert ze dieren, landschappen en mensen. Daarnaast tekent ze tijdens haar reizen, onder andere die naar Israël. Dit alles doet ze met snelle lijnen, om wat haar oog ziet in de essentie weer te geven. Bij stillevens heeft ze interesse in met name afgedankte voorwerpen. Denk aan stukken wrakhout, uitgeschoten aardappelen, een toiletrol of versleten ketels. Daarin ziet zij de schoonheid, wat karakteristiek is voor haar werk. Bijzonder aan de tekeningen van wrakhout, is dat ze met Chinese inkt op rijstpapier heeft getekend, een bijzondere stijl.
Bij het portretteren van mensen vindt ze het belangrijk hun innerlijke emoties te verbeelden. Een indringende portretserie uit haar oeuvre zijn tekeningen van mensen in een psychiatrisch ziekenhuis. Voor Ro is dit niet zomaar een plek. Haar moeder Aline is daar na de oorlog opgenomen vanwege dementie.
[Tekst gaat verder onder de afbeelding]
Beeld: © Erven Ro Mogendorff
Ro Mogendorff, Wrakhout ,1966. Chinese inkt, 28,5 cm x 33,7 cm. Objectnummer AB26934
Prix de la Critique
Het hoogtepunt van haar carrière bereikt ze in 1957. Dan wordt Ro bekroond met de ‘Prix de la Critique’, de allereerste oeuvreprijs die in Nederland wordt uitgereikt. Ze neemt het samen met haar medebewoonster van de atelierwoning, beeldhouwster Charlotte van Pallandt, in ontvangst. Kunsthistoricus Hans Jaffé roemt tijdens de uitreiking van de prijs de betekenis van Ro voor de Nederlandse tekenkunst van na de oorlog. Dit blijkt ook uit de vele tentoonstellingen waar ze met haar werk exposeerde, zoals in het Zoölogisch Museum van Artis, het K.L.M. kantoor in Tel-Aviv en De Zonnehof (Rietveldpaviljoen) in Amersfoort.
Omringd met kunstenaars
Van kinds af aan heeft Ro mensen om zich heen die zich actief zijn in de kunst. Naast buurman Willem Witsen, raakt ze in de jaren vijftig van de twintigste eeuw bevriend met meer kunstenaars. Ze betrekt dan een atelierwoning aan de Zomerdijkstraat 30 III in Amsterdam. Ro heeft regelmatig contact met Marius van Beek, Piet Esser, Fred Carasso en Charlotte van Pallandt. Ook is ze lid van de vrouwenvereniging De Zeester en van de Nederlandse Kring van Tekenaars. Ze geniet van het kunstenaarsleven en onderneemt op haar 59ste nog een reis naar Israël. Maar als ze terugkomt in Nederland, lijkt ze niet meer goed te kunnen aarden. Ook kan ze door haar lichamelijke verslechtering minder goed haar werk doen.

Bij tentoonstelling van Kunsthandel De Boer, 1957. V.l.n.r.: Adriaan Roland Holst, Ro Mogendorff en Charlotte van Pallandt. 
Ro met haar vriendin bij Kunsthandel De Boer, 1957 
Catalogus voor een tentoonstelling van de Nederlandse Vrouwenraad waarin Ro Mogendorff wordt genoemd.
Naar het Rosa Spierhuis
Haar betekenis voor de Nederlandse kunst wordt opnieuw bekrachtigd. Op haar zestigste wordt Ro geridderd in de Orde van de Oranje-Nassau, als dank voor haar oeuvre. Ze voelt zich echter ziek en eenzaam. Haar gezondheid wordt zo slecht dat ze moet verhuizen naar het Rosa Spierhuis in Laren, een woon-werk- en zorggemeenschap voor (oudere) kunstenaars en wetenschappers. Lang brengt ze daar niet door. Op 62-jarige leeftijd overlijdt ze. Haar goede vriend Simon Carmiggelt bewijst haar een laatste eer in zijn column Kronkels in Het Parool van 30 oktober 1969. Hij schrijft:
Gisteren hebben we Ro Mogendorff begraven. Een grandioze tekenares en een uniek mens. Ze was klein en zó verschrikkelijk mager dat ik, bij een begroetingsomhelzing, altijd bang was haar te zullen breken. Maar Ro is móói’, zei Aat Veldhoen, die haar portret tekende. Hij had gelijk. Broos en door vele ziekten getekend, zag ze er, als je bij haar kwam, eerst deerniswekkend uit, maar in het gesprek werd ze mooi door haar enorme geestkracht en haar nimmer aflatende humor.
Carmiggelts eerbetoon vormt een wereld van verschil met hoe Ro Mogendorff over zichzelf dacht. Haar bescheidenheid blijkt uit een karakteristieke uitspraak van haar: Evenmin als van mijn werk, valt er over mijzelf iets spectaculairs te zeggen.
Het zou in 1997 de titel worden van de biografie die Karel Kindermans over haar schreef.
De kunstwerken van Ro Mogendorff bevinden zich in het CollectieCentrum Nederland (CC NL) en zijn te raadplegen via onze Beeldbank.
Dit blog is geschreven door Stan Kelder en is onderdeel van de serie Parels uit het depot: #parelsuithetdepot.


