Subsidie voor orgels en luidklokken

Orgels, luidklokken, beiaarden en uurwerken zijn meebeschermd met het rijksmonument waarin zij zich bevinden. Bij een aanvraag voor instandhoudingssubsidie kan de monumenteigenaar werkzaamheden aan een klinkend onderdeel meenemen. Voorwaarde is dat het onderdeel voldoende monumentale waarde heeft.

Lijsten van orgels en uurwerken met monumentale waarde

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft 2 lijsten opgesteld van orgels en klokkenuurwerken die van monumentale waarde zijn.

Alleen klinkende onderdelen van rijksmonumenten die op deze lijsten staan, komen in aanmerking voor instandhoudingssubsidie. In de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten (paragraaf 91) is te vinden voor welke werkzaamheden dit geldt.

Geen statuswijziging

De lijsten bevatten alle orgels, luidklokken, beiaarden en uurwerken die voorheen in het Rijksmonumentenregister waren vermeld. Sinds de Erfgoedwet is het Rijksmonumentenregister beperkt tot inschrijvingsgegevens en gegevens noodzakelijk voor identificatie van het gebouw. Dat de klinkende onderdelen niet meer in het register zijn opgenomen, heeft geen gevolgen voor de status.

Klinkend onderdeel toevoegen aan de lijst

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voert een terughoudend beleid als het gaat om toevoegingen aan de lijst van klinkende onderdelen. Als de eigenaar van mening is dat het klinkende onderdeel van zijn rijksmonument ontbreekt op de lijst, dan kan hij in een inhoudelijke motivering vragen om dit onderdeel op de lijst te plaatsen. Dit kan via de Infodesk van de RCE  info@cultureelerfgoed.nl.

Leidt de beoordeling niet tot plaatsing op de lijst? Dan kan de eigenaar daar alleen in een subsidieprocedure bezwaar tegen maken als een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) wordt geweigerd. Los van die procedure is geen bezwaar mogelijk, omdat het gaat om een besluit dat pas gevolgen heeft in een eventuele subsidieprocedure.

Serieproductie

De meeste klinkende onderdelen dateren van voor 1940. In de Tweede Wereldoorlog zijn veel klokken naar Duitsland vervoert en omgesmolten. Daarom zijn in de periode van de wederopbouw veel nieuwe klokken gegoten en veel nieuwe orgels gebouwd. Deze zijn vaak in serie gemaakt en hebben geen monumentale waarde. Toch zijn in die periode ook klinkende onderdelen gemaakt die door hun bijzondere bouwwijze, invloed op de klokken- en orgelmakerijen of speciale relatie met een componist, bespeler of architect als monumentaal worden beschouwd.