Organisaties die het restitutiebeleid uitvoeren

Ministerie van OCW

De minister van OCW is verantwoordelijk voor het restitutiebeleid en de financiering ervan. De minister stelt de diensten van het Expertisecentrum en de Restitutiecommissie kosteloos ter beschikking, ook als het een verzoek een kunstwerk betreft dat niet tot de rijkscollectie behoort.

Bij de rijkscollectie draagt de minister ook de kosten voor de notaris en het vervoer als er sprake is van teruggave. Bij andere collecties zijn de verzoeker en de huidige bezitter verantwoordelijk voor inschakeling van een notaris of een vervoerder en dragen zij de kosten.

Meer informatie over de adviezen over het te voeren beleid en de regeringsreactie staan op de website van de Rijksoverheid
 

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed behandelt namens de minister van OCW de verzoeken tot teruggave. Het moet gaan om cultuurgoederen die tijdens het naziregime zijn geroofd, geconfisqueerd of onder dwang zijn verkocht.

Voor restitutie van objecten uit de rijkscollectie vraagt de Rijksdienst namens de minister van OCW - eventueel na eerder onderzoek door het Expertisecentrum - altijd advies aan de Restitutiecommissie, tenzij blijkt dat een verzoek evident niet onder het beleid valt.

Restitutiecommissie

De Adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, kortweg Restitutiecommissie, is een onafhankelijke commissie. Ze adviseert over restitutiezaken op verzoek van de minister van OCW. De commissie adviseert naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.  

Alvorens te adviseren kan de commissie het Expertisecentrum opdracht geven voor een onderzoek.

www.restitutiecommissie.nl

Expertisecentrum

Het Expertisecentrum Tweede Wereldoorlog en Restitutieverzoekenkortweg Expertisecentrum, is in 2018 ontstaan uit een bundeling van de expertise van de onderzoekers van het Bureau Herkomst Gezocht, de Restitutiecommissie en de Museumvereniging.

Het Expertisecentrum verricht (kunst)historisch onderzoek. Het gaat om onderzoek dat gericht is op een redelijke en billijke oplossing, die gebaseerd is op een zo werkelijkheidsgetrouw mogelijk beeld van de historische feiten.

Alle onderwerpen die van belang zijn om tot een redelijke en billijke oplossing te komen, kunnen daarbij worden betrokken. Het Expertisecentrum ziet toe op de proportionaliteit en doelmatigheid van het onderzoek. Dat wil zeggen dat het onderzoek gericht is op het achterhalen van feiten die van belang zijn voor de totstandkoming van een redelijke en billijke oplossing, en dat de moeite die het kost bepaalde feiten te achterhalen in verhouding moet staan tot het belang van die feiten.

Onderwerpen die bij vrijwel ieder onderzoek aan de orde komen:

  • de eigendom van het werk waarvan destijds het bezit is verloren en de identificatie daarvan als het vandaag de dag geclaimde werk
  • de omstandigheden van het bezitsverlies
  • de vraag of een zaak al in een eerder stadium is afgehandeld dan wel compensatie heeft plaats gevonden.

Een ander relevant onderzoeksonderwerp zijn de omstandigheden van verwerving van het geclaimde werk door de huidige bezitter.

De aangeleverde informatie of de informatie die tijdens het onderzoek naar boven komt, kan aanleiding geven om ook op andere onderwerpen in te gaan, dan wel het onderzoek te beperken tot een of meerdere onderwerpen.

Het Expertisecentrum doet geen uitspraak over de kring van rechthebbenden.

Naast de onderzoeksfunctie heeft het centrum ook een voorlichtingsfunctie. Het is een landelijk aanspreekpunt voor verzoekers, huidige bezitters en eigenaren, musea, pers, onderzoekers en andere geïnteresseerden.