Procedure restitutie rijksbezit

U wilt een verzoek doen tot restitutie of onderzoek laten doen voor een kunstwerk dat in bezit is van de rijksoverheid. Dan volgt u deze procedure.

Verzoek tot restitutie indienen

U kunt uw restitutieverzoek per brief indienen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. U stuurt uw brief naar:

De minister van OCW
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort

  1. In uw brief vermeldt u:
    • om welk kunstwerk het gaat (minimaal titel, auteur en de huidige verblijfplaats of inventarisnummer, bij voorkeur ook een omschrijving)
    • wie het bezit van het kunstwerk onvrijwillig heeft verloren ten tijde van het naziregime
    • uw (erfrechtelijke) relatie tot deze persoon
      Als u zich laat vertegenwoordigen dient uw gemachtigde een volmacht te overleggen, tenzij uw gemachtigde een in Nederland ingeschreven advocaat is.
  2. De Rijksdienst gaat na of het werk daadwerkelijk onderdeel is van de Rijkscollectie en of het verzoek valt onder het restitutiebeleid.
  3. Ook gaat de Rijksdienst na of het werk mogelijk beschermwaardig is in de zin van de Erfgoedwet. Als dat het geval is, kan de Rijksdienst een advies vragen aan de Toetsingscommissie Beschermwaardigheid. Dit advies wordt aan de Adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog gestuurd. Zie: vervreemdingsprocedure.
  4. Als het werk onderdeel is van de Rijkscollectie én het verzoek onder het beleid valt, stuurt de Rijksdienst het verzoek naar de Restitutiecommissie.
  5. De Restitutiecommissie kan opdracht geven aan het Expertisecentrum Tweede Wereldoorlog en Restitutieverzoeken voor een onderzoek naar de relevante historische feiten.
  6. Na afronding van dit feitenonderzoek start de adviesfase van de procedure bij de Restitutiecommissie. De Restitutiecommissie betrekt bij haar advisering het feitenonderzoek en andere eventueel ingebrachte stukken. De commissie adviseert naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
  7. Na afronding van het advies stuurt de Restitutiecommissie het advies naar de Rijksdienst.
  8. De Rijksdienst toetst marginaal of de Restitutiecommissie zich aan de kaders van het beleid heeft gehouden. De minister van OCW neemt het uiteindelijke besluit.
  9. Bij een (gedeeltelijk) toewijzend besluit neemt de Rijksdienst de verdere afhandeling ter hand. Dat is het inschakelen van een notaris om de volledige kring van gerechtigden te bepalen (dit kan enige tijd duren, zeker als de kring groot is en niet volledig bekend of in het buitenland is), het transport van het eventuele museum naar het depot van de Rijksdienst, het opstellen van een conditierapport en het transport van het depot naar een plek naar keuze van de erfgenamen. De kosten hiervan draagt de Staat.

Verzoek tot onderzoek naar restitutie indienen

Indien u als verzoeker eerst alleen onderzoek wil laten uitvoeren door het Expertisecentrum, dan kunt u uw verzoek per brief indienen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. U stuurt uw brief naar: 

De minister van OCW
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort

  1. In uw brief vermeldt u:
    • om welk kunstwerk het gaat (minimaal titel, auteur en de huidige verblijfplaats of inventarisnummer, bij voorkeur ook een omschrijving)
    • wie het bezit van het kunstwerk onvrijwillig heeft verloren ten tijde van het naziregime
    • uw (erfrechtelijke) relatie tot deze persoon
      Als u zich laat vertegenwoordigen dient uw gemachtigde een volmacht te overleggen, tenzij uw gemachtigde een in Nederland ingeschreven advocaat is.
  2. De Rijksdienst gaat na of het werk daadwerkelijk onderdeel is van de Rijkscollectie en of het verzoek valt onder het restitutiebeleid.
  3. Als het werk onderdeel is van de Rijkscollectie én het verzoek onder het beleid valt, stuurt de Rijksdienst het verzoek naar de secretaris van de Restitutiecommissie. De secretaris is in deze gevallen gemachtigde van de minister, en niet medewerker van de Restitutiecommissie.
  4. De secretaris geeft opdracht aan het Expertisecentrum voor een onderzoek naar de relevante historische feiten.
  5. Het Expertisecentrum stuurt het feitenrapport aan de secretaris die het rapport doorstuurt naar verzoeker en huidige bezitter.
  6. Indien de verzoeker zijn verzoek tot restitutie handhaaft, legt de Rijksdienst dit verzoek altijd ter advisering voor aan de Restitutiecommissie.

Deze procedure is niet bedoeld voor musea die delen van de rijkscollectie die zij beheren, nader willen laten onderzoeken.
Deze procedure is evenmin bedoeld voor dossiers waar de Restitutiecommissie al eerder over heeft geadviseerd.