Het HomeComputerMuseum - Stressvrij groeien tussen de computers

Bezoekers van het HomeComputerMuseum in Helmond mogen alle collectiestukken aanraken en gebruiken. Onbekend met Pacman of X-box, want ver voor jouw tijd? De medewerkers helpen je graag. En als het even rustig is, knappen ze in de werkplaats oude computers op. De medewerkers hebben allemaal, zoals dat heet, een afstand tot de arbeidsmarkt. De opgeknapte computers worden onder andere verkocht aan Stichting Leergeld die armere gezinnen ondersteunt met het verstrekken van goede en veilige laptops die nodig zijn voor onderwijs.

Waarom een computermuseum?

Als kind ging oprichter en directeur Bart van den Akker graag naar musea waar iets te doen was. Autotron in Rosmalen en het Evoluon in Eindhoven ervoer hij als pretparken, plaatsen van verwondering. Zelf had hij op jonge leeftijd al een verzameling oude computers. Hij was gefascineerd door de ontwikkeling en werking ervan. Maar bij geen enkel computermuseum waar hij kwam, mocht je iets aanraken. “Ik ben een verzamelaar, een liefhebber van oude computers. Het feit dat ik nergens terecht kon met die liefhebberij en er nergens een plek was waar ik mij kon verbazen en dingen zou zien die ik nog niet eerder had gezien, vond ik raar.” Hij nam contact op met computermusea om zijn ideeën voor een interactief museum voor te leggen en een samenwerking te starten. Daar kwam geen reactie op. Toen besloot hij zelf een museum op te zetten. “Ik wil mensen dat nostalgische en zorgeloze gevoel teruggeven dat ik had als klein kind in Autotron. De eerste keer dat je een programma aanzet en iets intypt waardoor de computer naar jou luistert, dat gevoel kent iedereen.

[De tekst gaat verder onder de foto]

Hoe kwam het museum er?

Met zijn achtergrond als kleine zelfstandige in het systeembeheer, muzikant en creatief therapeut stelde Bart een bedrijfsplan op voor een interactief computermuseum met een bedrijf dat voor zijn eigen inkomsten zorgt door verkoop en reparatie. “De kennis van computers heb ik in huis, dus waarom hier geen gebruik van maken.” Met het plan stapte hij naar de gemeente Helmond. Twee ambtenaren kwamen op bezoek. “Zij begonnen het gesprek met: ‘Wij hebben niets met computers.’ Dat leek me een goed begin. Ik hoopte natuurlijk dat de gemeente hetzelfde enthousiasme zou hebben als ik.” Om leegstand in de binnenstad tegen te gaan en bij te dragen aan toeristische ontwikkeling wilde Bart graag een pand in het centrum van Helmond. Overtuigd van de waarde van het initiatief werkte de gemeente in het begin goed mee. “Maar het verdere proces werd heel bureaucratisch.” Na veel omzwervingen, tegenvallers en gelukkige toevalstreffers kreeg het museum in 2020 toch een vaste plek.

Iedereen binnen het museum is gelijk. Wie hier binnenkomt als vrijwilliger, via de dagbesteding, via het re-integratie traject of als stagiair, mag meepraten.

Hoe zijn de medewerkers erbij gekomen?

In zijn eerdere werk had Bart veel te maken met mensen met een autismespectrumstoornis. Hij merkte dat hij goed overweg kon met hen. “Weinig bedrijven weten hoe je optimaal met deze mensen om kan gaan, waardoor ze vaak in de problemen komen.” Druk en spanning is iets waar ze moeilijk mee om kunnen gaan. “Als je zegt dat iets morgen af moet, dan gaat het fout.” Het werk bij het museum is stressvrij: er wordt goed gepland en kapotte computers gaan uit of worden vervangen. “De bezoeker maakt het niet uit.”

Het HomeComputerMuseum accepteert iedereen als vrijwilliger.” Bart vraagt niet naar cv’s, maar kijkt naar hoe mensen in het leven staan en waar ze naartoe willen groeien. Dat kan op verschillende vlakken zijn: van gamen en sleutelen aan computers, tot rondleidingen geven en beurzen bezoeken. In het museum werken veel mensen in het ‘Werkfit-traject’, een speciaal re-integratieprogramma van het UWV . “Al onze vrijwilligers zijn op een bepaalde manier vast komen te zitten in het leven. Soms door wat er eerder gebeurd is bij bedrijven, soms door een beperking, soms door uitsluiting of door gebrek aan uitdaging bij dagbestedingen. Mensen die door de maatschappij als onsociaal worden gezien, zijn hier juist heel sociaal.” Het liefst zou Bart ze na hun re-integratieperiode een baan met salaris kunnen aanbieden. Om dit doel te kunnen bereiken moet het museum meer financiële stabiliteit krijgen.

Waarom past het HomeComputerMuseum bij het verdrag van Faro?

Het museum is vanaf het begin af aan gericht geweest op participatie. Daarbij is waardering erg belangrijk. Iedereen binnen het museum is gelijk. Wie hier binnenkomt als vrijwilliger, via de dagbesteding, via het re-integratie traject of als stagiair, mag meepraten. Over hoe het gaat met het museum, over financiën, over ideeën. Goede ideeën worden gewoon uitgevoerd of geprobeerd. Iedereen voelt zich betrokken.

Het Homecomputermuseum is een particulier initiatief dat door middel van erfgoed een waardevolle bijdrage levert aan de maatschappij. Aan de stad Helmond door het bevorderen van het toerisme en het tegengaan van leegstand. Aan de inwoners van de stad door het sociale aspect van de dagbestedingen en de bijdrage aan Stichting Leergeld. Dat is precies wat het Verdrag van Faro beoogt: erfgoed gebruiken om mensen te verbinden. Het museum belicht ook het computererfgoed; iets wat voorheen niet als erfgoed werd beschouwd. Maar bovenal: de medewerkers worden gesterkt in hun eigen groei en dragen zo op hun beurt weer bij aan de ontwikkeling van het museum. Het museum weet zijn eigen broek op te houden door een goed evenwicht tussen commercie en sociaal belang. Het concept is een win-win voor erfgoed en maatschappij.

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als het HomeComputerMuseum met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: De Verbindende waarde van erfgoed’. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie een vanzelfsprekend onderdeel van de erfgoedpraktijk zijn.