Expeditie Over de Maas – vrijwilligers doen duizenden archeologische vondsten

Dankzij bevlogen vrijwilligers werd een zandafgraving in het Gelderse Dreumel de grootste archeologische vindplaats van Nederland. Daar werden de afgelopen tien jaar zo’n 250.000 vondsten gedaan, waaronder complete schepen, mammoetresten en aardewerk. Expeditie Over de Maas probeert de archeologische vondsten veilig te stellen en wil daar zo veel mogelijk mensen bij betrekken.

Hoe is Expeditie Over de Maas begonnen?

In 2010 startte een grootschalig zandwin- en natuurontwikkelingsproject in de uiterwaarden tussen het Gelderse Alphen en Dreumel, in het Land van Maas en Waal. Beknopt archeologisch onderzoek stelde dat de kans op het aantreffen van archeologische vondsten laag was waardoor het afgravingsproject van start kon zonder archeologisch vervolgonderzoek. Toen een in Dreumel woonachtige archeoloog zijn honden uitliet zag hij echter in de buurt van de afgraving veel mensen met een metaaldetector in de weer. Die vonden daar onder meer wapens uit een voormalig fort. De archeoloog is toen samen met een paar van die zoekers een archeologische werkgroep gestart, die in de afgelopen jaren uitgroeide tot zo'n 22 vrijwilligers.

Achteraf bleek dus dat het gebied een veel rijkere archeologie herbergde dan vooraf kon worden aangetoond. Dankzij het initiatief van de Dreumelse archeoloog en de vele vrijwilligers kan een deel van deze rijkdom alsnog worden onderzocht.

Wat was de aanpak van deze werkgroep?

Het bedrijf dat de afgraving deed stond open voor de plannen van de werkgroep. De werkgroep kreeg toegang tot het terrein en vrijwilligers mochten tot de coronacrisis zelfs op het baggerschip komen om bij de zeef in de gaten te houden wat er naar boven werd gehaald. Een oude schuur op het terrein doet dienst als werkplaats.

"De eerste zeven jaar werkten we in stilte", vertelt Sigrid van den Heuvel, vrijwilliger bij Expeditie Over de Maas. "Vooral omdat we niet wilden dat er allerlei schatzoekers op af zouden komen. Maar sinds 2017 treden we af en toe actief naar buiten: we organiseren onder andere open dagen en meegraafavonden." Toen er bijvoorbeeld een Romeinse kano werd ontdekt, konden mensen zich inschrijven om deze mee te helpen uitgraven. In tien sessies deden hier in totaal zo’n honderd mensen aan mee.

De afgraving is bijna voltooid. Hoe gaat het project verder?

Met alleen het veiligstellen van de vondsten is het project nog niet afgerond. De betekenis van en het verhaal achter de vondsten bepalen immers mede de erfgoedwaarde. Bovendien gaan sommige vondsten, nu ze niet meer in de bodem liggen, in conditie achteruit. Om ze toch goed te kunnen conserveren, bewaren, is specialistische kennis nodig. De vrijwilligers hopen dit samen met archeologisch deskundigen te gaan doen. Ook denken ze na over een educatief programma voor scholen waarin de archeologische vondsten een rol kunnen spelen.

Zonder de vrijwilligers zouden al deze objecten niet zijn ontdekt

Waarom past Expeditie Over de Maas bij het Verdrag van Faro?

"Ons project laat zien dat erfgoed mensen kan verbinden", zegt Van den Heuvel. Niet alleen de vrijwilligers die vrijwel dagelijks met het project bezig zijn, maar ook andere geïnteresseerden, zoals bleek tijdens de meegraafavonden en open dagen. En dat is precies wat het Verdrag van Faro beoogt: erfgoed gebruiken om mensen te verbinden. Een ander interessant aspect van dit project is dat vrijwilligers zelf aan de slag zijn gegaan met erfgoedbehoud: zonder deze vrijwilligers zouden al deze objecten niet zijn ontdekt.

Faro in de praktijk - Over de Maas

*Muziek speelt* Beeldtekst: Het Verdrag van Faro in de praktijk Over de Maas, Dreumel Sigrid van den Heuvel – Vrijwilliger werkgroep Over de Maas: Hier achter mij is een hele grote zandwinplas. We vinden hier artefacten uit allerlei periodes. In 2010, bij de start van dit project, waren er mensen met een metaaldetector en het bleek al vrij snel dat hier veel archeologische vondsten in de grond zaten. Allemaal lokale mensen hebben zich toen verenigd in samenwerking met de zandwinners, natuurorganisaties en wij als vrijwilligers. Iedere dag zitten mensen van onze werkgroep de hele dag met een schepnet vondsten te vissen. Het is heel bijzonder, vind ik, dat ook het enthousiasme van de mensen die hier werken in de loop der jaren gewoon heel erg is toegenomen en wij ook gebeld worden als zij iets gevonden hebben of ergens op stuiten. Ik merk dat mensen echt aangeraakt worden door het feit dat zij een bijdrage kunnen leveren aan het ontdekken van hun eigen geschiedenis. En het maakt ze op een bepaalde manier bewust en trots van het feit dat zij daar onderdeel van zijn. Logo Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Beeldtekst: Erfgoed maak je samen!

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als Expeditie over de Maas met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: ‘De Verbindende waarde van erfgoed’. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie een vanzelfsprekend onderdeel van de erfgoedpraktijk zijn.