Naar een integraal verduurzamingsplan

Om een monument te verduurzamen is een integraal verduurzamingsplan nodig. Daarvoor doorloopt u als monumenteigenaar een aantal stappen.

Contact met de gemeente

Allereerst is dat het contact met de gemeente vanwege de vergunningsplicht. De erfgoedambtenaar bij de gemeente kan vertellen wat de belangrijkste cultuurhistorische waarden van het gebouw zijn, wat de lokale regels zijn rondom verduurzaming en of er mogelijk subsidies zijn. In bepaalde gevallen wordt er een regioadviseur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) bij betrokken om gezamenlijk te bepalen welke waarden van het gebouw behouden moeten blijven. En hoe dat in balans kan met verduurzamingsmaatregelen. Als de monumentale waarden niet direct zijn in te schatten, is het aan te bevelen een bouwhistorisch onderzoek te laten uitvoeren door een onafhankelijke bouwhistoricus.

Basismaatregelen

Het is verder belangrijk het huidige energieverbruik in kaart te brengen, en te kijken wat daar al voor winst te behalen is. Zijn er bijvoorbeeld afsluitbare luiken, of zijn isolerende gordijnen mogelijk? Is het mogelijk om een aantal ruimten niet of beperkt te verwarmen, of te verwarmen in zones? Zijn alle kieren gedicht? Is de CV goed ingeregeld: komt de warmte daar terecht waar het meest nodig is, bijvoorbeeld in de woonkamer en minder in de hal? Wordt er gebruik gemaakt van ledlampen? Is er een groen energiecontract? Al deze basismaatregelen kunnen al heel veel CO2-besparing opleveren, tot wel 30-50 procent.

Integraal plan

Dan is het de beurt aan de specialisten. Vaak zijn dit een restauratiearchitect en/of een duurzaamheidsspecialist, soms samen met een restauratieaannemer. Mensen die zich specifiek richten op de kansen en risico’s van het verduurzamen van historische gebouwen. Samen met hen maakt u het integraal verduurzamingsplan voor uw monument. Een bouwhistorisch rapport kan een goed uitgangspunt vormen voor planvorming.

Het is het met name van belang dat de maatregelen in samenhang met elkaar worden gebracht. Een nieuwe verwarmingsinstallatie, met bijvoorbeeld een lage temperatuurverwarming, bereikt het beste resultaat met een daarvoor geschikte isolatiewijze. De drie verduurzamingsrichtlijnen van De Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) geven een beeld van hoe zo’n verduurzamingsplan eruit ziet. Hoe ingrijpender de wens, des te uitvoeriger het plan.

In een goed plan zijn de monumentale waarden gewaarborgd, en is een combinatie gezocht van maatregelen op het gebied van isolatie (en ook ventilatie), warmteopwekking en elektriciteitsopwekking, om tot een zo gunstig mogelijke besparing te komen. Daarna kan het plan de uitvoering in.

Financiering

Er zijn verschillende mogelijkheden om verduurzaming van monumenten te financieren. Het is verstandig om bij de verschillende loketten van instanties te informeren of uw traject hiervoor in aanmerking komt.

Een aantal mogelijkheden op een rij, allereerst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO):

Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE)
Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH), alleen voor VVE’s
Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking (SCE)

Dan zijn er nog deze financieringsmogelijkheden:

Btw-vrijstelling voor zonne-energie, via de Belastingdienst
De Energiespaarlening van het Nationaal Warmtefonds
Duurzame Monumentenlening van het Restauratiefonds