Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit voor gemeenten

De VNG, Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben een Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit gepubliceerd. Het komende jaar moeten gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen. Op dit moment organiseert elke gemeente de advisering op eigen manier, wat een veelvormige praktijk heeft opgeleverd.

De verplichting om een adviesstelsel op te stellen vloeit voort uit de Omgevingswet, die volgens planning op 1 januari 2021 van kracht wordt. De huidige welstandscommissies en monumentencommissies komen in de Omgevingswet niet meer terug.

luchtfoto van het huidige RDM-terrein.

Luchtfoto van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij N.V. (RDM)

Veelkleurige praktijk

De handreiking ondersteunt gemeenten bij de keuzes die in het licht van de Omgevingswet gemaakt kunnen worden. De huidige praktijk is veelvormig. In veel gemeenten is de traditionele welstands- en monumentencommissie uitgegroeid tot een adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. In andere gemeenten wordt gebruik gemaakt van een stads- of dorpsbouwmeester. Daarnaast zijn er ambtelijke adviseurs en supervisoren of kwaliteitsteams voor gebieden of voor thema’s. De adviseurs hebben meer taken dan het adviseren over vergunningaanvragen voor verbouwingen en nieuwbouw. Vaak wordt al in een vroeg stadium geadviseerd hoe een initiatief goed kan aansluiten bij het gemeentelijke beleid. Het kan gaan om (ver-)bouwplannen met invloed op de openbare ruimte, veranderingen aan beschermde monumenten of in beschermde stads- of dorpsgezichten, of om advies over reclameborden, over energiemaatregelen, de opzet van nieuwbouwwijken of de transformatie van kantoren naar woningen.

Onder de Omgevingswet kan deze veelvormigheid nog steeds gestalte krijgen. De gemeenteraad bepaalt op welk moment en over welke onderwerpen advies gevraagd wordt aan de adviescommissie of de stadsbouwmeester.

Samenhangend adviesstelsel

De Omgevingswet biedt het bestuur meer ruimte om een eigen afweging van belangen te maken, bij een beleid dat flexibel is en zo min mogelijk regels kent. Om die belangen, waaronder de kwaliteit van de bebouwing, goed te kunnen afwegen kan een onafhankelijk en deskundig advies behulpzaam zijn.

De Omgevingswet vergroot de keuzes van gemeenten voor de inrichting van het adviesstelsel. Alle gemeenten met rijksmonumenten zijn verplicht om een adviescommissie in te stellen die minimaal over de rijksmonumenten adviseert, met uitzondering van archeologische monumenten. De wet voorziet niet in overgangsrecht, dus gemeenteraden wordt geadviseerd in elk geval voor het inwerkingtreden van de Omgevingswet zo’n commissie in te stellen. De adviescommissie komt voor op de ‘minimumlijst’ met maatregelen van de VNG.

De commissie kan ook een bredere taak krijgen, de Tweede Kamer heeft daar zelfs op aangedrongen. De handreiking gaat in op de verschillende keuzemogelijkheden die een gemeente heeft. In vijf stappen kan een gemeente zorgen dat het huidige stelsel ‘Omgevingswetproof’ wordt gemaakt. In twee aanvullende stappen kan een gemeente zijn adviesstelsel doorontwikkelen in de geest van de Omgevingswet: breder en vroeger in de processen. Daarvoor worden vier adviesrollen onderscheiden. De essentie van het nieuwe stelsel is samenhang in die adviesrollen.

De Handreiking adviesstelsel omgevingskwaliteit kwam tot stand met medewerking van het ministerie van BZK en is te downloaden van de websites van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit.