Naar de navigatie

Vergunningen

Wie van plan is veranderingen aan zijn beschermde rijksmonument aan te brengen (bijvoorbeeld te (ver)bouwen), doet er goed aan zich zorgvuldig te laten informeren. Voor veel ingrepen is namelijk een monumentenvergunning nodig. Die is voor alle rijksmonumenten aan te vragen bij de gemeente. De procedure voor de aanvraag van een monumentenvergunning verschilt afhankelijk van het feit of u een gebouwd dan wel een archeologisch rijksmonument hebt.

Gebouwde monumenten

De meeste gemeenten van Nederland hebben een monumentenverordening. Met de invoering van het nieuwe wetsvoorstel voor de beperking van de ministeriële adviesplicht bij aanvragen om een monumentenvergunning zijn álle gemeenten verplicht te beslissen op vergunningaanvragen. Ook moeten zij in het bezit zijn van een monumentenverordening en een monumentencommissie. Burgemeester en wethouders beslissen en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed brengt, namens de minister, advies uit. De Rijksdienst adviseert alleen nog over aanvragen die het voortbestaan van het monument raken (bijvoorbeeld: afbraak, reconstructie en nieuwe bestemming/functie). Het zogenoemde Algemeen positief advies (APA) is per 21 april 2008 ingetrokken.  

Archeologische monumenten

In alle gevallen waarin het gaat om een beschermd archeologisch monument beslist de minister en spelen burgemeester en wethouders een rol in de procedure. Ook in deze gevallen wordt de aanvraag bij burgemeester en wethouders ingediend. 

Procedure

Vanaf 1 juli 2005 is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing op de monumentenvergunningen. Zo is voor de gebouwde monumenten de adviestermijn teruggebracht van drie naar twee maanden na verzending van het afschrift van de aanvraag. Voor archeologische monumenten is de adviesplicht van gemeente en provincie komen te vervallen. Zij kunnen hun zienswijze, net als iedere burger, later in de procedure kenbaar maken alvorens een besluit wordt genomen. Hiertoe wordt een ontwerpbesluit opgesteld, dat zes weken bij de gemeente ter inzage ligt, waarop mondeling of schriftelijk zienswijzen kunnen worden ingediend. Rekening houdend met de zienswijzen wordt het definitieve besluit genomen. De bezwaarschriftprocedure vervalt. Belanghebbenden kunnen direct in beroep gaan bij de rechter.