Eind januari 2009 verrichtte de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een waarderend onderzoek naar cirkels die zich tijdens droge zomers vanuit de lucht zijn ontdekt; ze tekenen zich af als donkere banen in de gewassen (ook wel crop marks geheten).
Luchtfoto van cirkels ten noorden van de Drogendijk. In 2005 werd per toeval ronde structuren in het gewas ontdekt. Foto: Adrie de Kraker, Vrij Universiteit van Amsterdam.
Cirkelparadox
De cirkels bij Kloosterzande lijken sterk op de circulaire structuren in het aangrenzende Oost- en West-Vlaanderen. Onderzoek van deze Vlaamse cirkels toont aan dat het restanten zijn van grafmonumenten uit 1000 voor Chr. Een duidelijk verschil is de ouderdom van de ondergrond: de Belgische liggen op oude zandgronden, maar de Zeeuwse cirkels zijn ingebed in veel jonger sediment dat pas na 1000 is afgezet.
Uitgebreide monstername
Om te weten wat de cirkels betekenen, hoe oud ze zijn en hoe het landschap is ontstaan, heeft de Rijksdienst onderzoek uitgevoerd. Daaruit is duidelijk geworden dat ook in de grond duidelijke greppels aanwezig zijn, die door de mens zijn gegraven. Deze greppels en ook de bodem zijn uitvoerig bemonsterd, voor onder andere ouderdomsbepaling. De verwachting is dat over een jaar er meer gegevens over de datering voorhanden zijn.

Het onderzoek leverde een duidelijke vierkante greppelstructuur op, met een opening in het oosten. Foto: Liesbeth Theunissen.
Duurzaam behoud
Als eenmaal duidelijk is dat het om bijzondere archeologische overblijfselen gaat, is het einddoel de percelen duurzaam te behouden. Met een voorzichtige slag om de arm is de eerste gedachte dat het gaat om de overblijfselen van een grafveld, mogelijk uit de Romeinse tijd. Als dat werkelijk zo is, dan zal de geologische ontwikkeling van dat deel van Zeeuws-Vlaanderen wat bijgesteld moeten worden.
