Team | projectleider: Muriel Geldof, Birgit Reissland, Han Neevel, Luc Megens, Fransje Kuyvenhoven, Klaas Jan van den Berg, Suzan de Groot, Henk van Keulen, Maarten van Bommel, Floor Kok
Partners: Van Gogh Museum en Shell Nederland
Planning: 01-01-2005 tot 01-01-2008
Doel van het project
Achterhalen waar Van Gogh zijn kennis en ideeën vandaan haalde en hoe de werkwijze van Van Gogh zich verhoudt tot die van tijdgenoten.
Sinds 2000 verricht de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed samen met het Van Gogh Museum en Shell Nederland uitgebreid onderzoek naar de werkwijze en het materiaalgebruik van Van Gogh. Om de vergaarde informatie in een breder kader te kunnen plaatsen werd door het Van Gogh Museum, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoeden Shell Nederland in januari 2005 het project ’Van Gogh’s atelierpraktijk in context’ gestart.
Het Van Gogh Museum (VGM) heeft de laatste vijftien jaar veel onderzoek verricht naar het leven en de kunst van Vincent van Gogh. Vanaf 2000 is wat betreft het onderzoek op kunsttechnologisch gebied structureel samengewerkt met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Shell.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed houdt zich vooral met het natuurwetenschappelijke deel van het onderzoek bezig - hoewel ook een gedeelte van het kunsthistorische bronnenonderzoek binnen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt uitgevoerd - terwijl het Van Gogh Museum zijn aandacht voornamelijk op het kunsthistorische deel richt.
Shell Nederland stelt, als sponsor van het Van Gogh Museum, onder andere haar onderzoeksfaciliteiten ter beschikking. In de eerste jaren van het project is veel aandacht besteed aan de Nederlandse periode van Van Gogh (1881-1885); hiertoe is een selectie gemaakt van schilderijen van Van Gogh en van Nederlandse tijdgenoten die mogelijk van invloed zijn geweest op Van Gogh’s manier van werken
Atelierpraktijk
Bij de onderzoeksprojecten lag de nadruk op het verdiepen van de kennis over Van Gogh zelf en de kunst die hij maakte. Steeds vaker kwam echter de vraag op hoe Van Goghs’ atelierpraktijk zich verhield tot zijn tijdgenoten, vooral waar het de keuze van materialen betreft en de wijze waarop hij die toepaste.
(Atelierpraktijk is het geheel van technische werkwijzen, middelen en kennis waarvan een kunstenaar gebruik maakt om de gewenste effecten in zijn werk te bereiken – de fundamenten en de bouwstenen van het huis.)
In het Van Gogh Atelierpraktijk project, gestart in 2005, wordt onderzocht hoe Van Goghs atelierpraktijk zich ontwikkelde, hoe hij tot zijn keuzes kwam, en in hoeverre deze werden bepaald door de context waarin hij leefde en werkte. Deze context wordt gevormd door zijn tijdgenoten en kunstenaarsvrienden, door de kunst die hij op tentoonstellingen zag, door handboeken die beschikbaar waren, door materialen, instrumenten en hulpmiddelen die op de markt waren en door de omstandigheden waaronder hij werkte.
Ook wordt aandacht besteed aan het veranderde uiterlijk van kunstwerken veroorzaakt door veroudering, verkleuring en latere behandeling.
Al deze aspecten zijn onder te brengen in vier onderzoeksvelden:
- Materialen en instrumenten
- Techniek en afwerking
- Condities
- Kennis
Ad 1. Materialen en instrumenten
De kunstenaar kiest zijn materialen, zoals doeksoorten, grondering, pigmenten, papier en tekenmaterialen, en maakt daar een kunstwerk mee. Hierbij gebruikt hij instrumenten als penselen, pennen, paletmes, perspectiefraam, doezelaar, gum en schraapijzer.
Ad. 2. Techniek en afwerking
De wijze waarop de kunstenaar zijn materialen en instrumenten toepast is zijn techniek. Onder de afwerking van een kunstwerk worden afkadering, signatuur, annotatie, en ideeën over inlijsting gerekend.
Ad 3. Condities
Een kunstwerk ontstaat onder bepaalde condities, zoals in het atelier of buiten, bij mooi weer, regen of harde wind, in het donker of in het licht. Ook bijvoorbeeld de financiële situatie en gezondheid van de kunstenaar spelen hierbij een rol.
Ad 4. Kennis
Om het vak te leren en zich te blijven ontwikkelen is het noodzakelijk voor een kunstenaar om zowel praktische als theoretische kennis te vergaren. Hij doet dit door handboeken te lezen, in de leer te gaan bij een academie of in het atelier van een gearriveerde vakbroeder, door veel naar kunst te kijken op tentoonstellingen en door uit te wisselen met collega-kunstenaars en andere personen uit de kunstwereld.
Door te onderzoeken welke materialen en technieken er zijn gebruikt en welke behandelingen een kunstwerk heeft ondergaan, is het mogelijk iets te zeggen over de oorspronkelijke verschijningsvorm van een kunstwerk.
Het onderzoek zal zich hoofdzakelijk richten op de werken in de collecties van het VGM en van Museum Mesdag. Alleen op het gebied waar deze collecties niet genoeg of geen relevant onderzoeksmateriaal hebben, wordt onderzoek gedaan aan objecten buiten de musea. Dit betreft met name kunst van tijdgenoten. Bestaande kennis bij andere instellingen en onderzoekers over aspecten van het werk Van Gogh en over dat van zijn tijdgenoten zal zeker in het onderzoek betrokken worden. Het onderzoek naar tijdgenoten concentreert zich op werken die in de periode van het contact met Van Gogh zijn ontstaan.
Inl. Muriel Geldof, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onderzoeker, E m.geldof@cultureelerfgoed.nl en
Birgit Reissland, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onderzoeker, E b.reissland@cultureelerfgoed.nl
Zie ook http://www.vangoghmuseum.nl en http://www.shell.nl
Werkwijze schilderijenonderzoek
Om de opbouw en samenstelling van de verflagen te kunnen bepalen wordt een minuscuul klein monster van het schilderij genomen, dat voor onderzoek wordt ingebed in een polyesterhars en vervolgens geslepen.

Zo ontstaat een dwarsdoorsnede van de verflagen, die wordt onderzocht met behulp van een optische microscoop en met een elektronenmicroscoop (verwijzing naar beschrijving van deze technieken). Hieronder wordt een monster genomen van de luchtpartij van F44, Herfstlandschap, weergegeven vóór inbedden en nadat er een dwarsdoorsnede van is gemaakt. De dwarsdoorsnede toont de grondlagen van het schilderij en de blauwe verflaag van de lucht.
