In de beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2009 heeft Minister Plasterk te kennen gegeven de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie te willen verfijnen en uitbreiden. In dit kader is hiervoor een concept aanwijzingsprogramma voorbereid door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
De minister stelt een aanwijzingsprogramma niet eerder vast, dan nadat hij hierover advies heeft gevraagd aan de Raad voor Cultuur. Voor het concept aanwijzingsprogramma Nieuwe Hollandse Waterlinie is dat onlangs gebeurd. De Raad voor Cultuur heeft bij brief van 8 juli 2009 hierover geadviseerd.
In dit advies onderstreept de Raad voor Cultuur het grote belang van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in de geschiedenis van Nederland op militair en waterstaatkundig gebied. De Raad is positief over het feit dat de linie in haar geheel is bezien en beoordeeld en is met de minister van mening dat er vanuit dit perspectief aanvullend objecten beschermd dienen te worden. De Raad is in beginsel dan ook positief over het concept aanwijzingsprogramma.
De Raad merkt echter ook op dat de mate waarin een object van belang is voor het specifieke karakter van de Nieuwe Hollandse Waterlinie geen selectiecriterium is geweest. In dit licht adviseert de Raad om waterbouwkundige werken die niet met een specifiek militair doel zijn aangelegd én de afgeleide objecten, zoals houten huizen, alsnog nadrukkelijk op hun belang voor de linie te wegen.
Verder is de Raad met de minister eens dat de bescherming van de ruimtelijke structuren van de linie noodzakelijk is, om de essentie van de linie voor de komende generaties te behouden en zichtbaar te houden. De Raad is van mening dat het instrument ‘beschermd stads- of dorpsgezicht’ hier nog onvoldoende voor benut wordt en doet de dringende aanbeveling de inzetbaarheid van dit instrument nog eens nader te bezien.
