De Monumentenwet 1988 omschrijft gezichten als ‘Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden.’
Historisch karakter
Wanneer is een gebied van cultuurhistorisch belang? Dat kan in de loop van eeuwen zo gegroeid zijn. Bijvoorbeeld in de binnenstad van Leiden of Sneek. Het kan ook ontworpen zijn. Zoals de mijnkoloniën in Zuid-Limburg of de villaparken in het Gooi. Ook het industrielandschap van de Koningin Wilhelminahaven in Vlaardingen is zo waardevol dat het voor bescherming in aanmerking komt.
Aanwijzing
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Infrastructuur en Milieu kunnen een waardevol gebied aanwijzen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Om zodoende het historisch karakter nu en in de toekomst veilig te stellen. Dit gebeurt met het bestemmingsplan dat de gemeente opstelt in vervolg op de aanwijzing.
De aanwijzing gaat per periode. Op dit moment rondt het Rijk de aanwijzing af van gezichten die ontstaan zijn in de periode 1850-1940.
Bescherming
De bescherming van een gezicht betreft de historische structuren. Dat betekent dat nieuwe gebouwen kunnen worden toegevoegd in een beschermd gezicht. Ook kan het gebruik van een gebouw veranderen, mits dit past in het historisch gegroeide karakter.
Bescherming van gezichten en bescherming van objecten kunnen elkaar aanvullen, maar niet vervangen. De gezichtsbescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en wil het toekomstig functioneren daarvan veiligstellen. De objectbescherming wil het architectonisch beeld veiligstellen en de authenticiteit van het materiaal behouden.
Er bestaan geen subsidieregelingen voor beschermde stads- en dorpsgezichten. Het is ook niet zo dat de panden die binnen een beschermd gezicht vallen automatisch de status van beschermd monument krijgen.
