Aanwijzen
Onroerende zaken als boerderijen, kerken, kastelen en archeologische vindplaatsen kunnen uniek en waardevol zijn voor ons land. Bijvoorbeeld door hun schoonheid, of door hun wetenschappelijke of cultuurhistorische betekenis. Daarom kunnen ze worden beschermd als rijksmonument.
Namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wijst de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onroerende zaken aan als beschermd monument. Stads- en dorpsgezichten worden mede door de minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen.
Vóór aanwijzing vraagt de Rijksdienst advies aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het monument ligt, eventueel aan gedeputeerde staten van de provincie, en aan de Raad voor Cultuur. Deze adviezen tellen mee in het besluit over aanwijzing. Uitgangspunt is altijd het aanwijzingsbeleid.
Na aanwijzing worden rijksmonumenten opgenomen in het Monumentenregister.
Beschermen
Is een gebouw of archeologisch terrein eenmaal rijksbeschermd, dan is voor restauratie, sloop, verbouwing, verstoren of op een andere manier wijzigen een vergunning nodig.
Voor het instandhouden van rijksmonumenten bestaan subsidieregelingen.
Waarderen
Zowel bij het besluit om aan te wijzen als bij de beslissing over een vergunning spelen de monumentale waarden een leidende rol.
Om die waarden helder en eenduidig vast te kunnen stellen, ontwikkelde de Rijksdienst een standaard voor het waarderen van bouwkunst.
