Naar de navigatie

Monumentenvergunning

Archeologische rijksmonumenten

Voor het verstoren van een archeologisch rijksmonument is altijd een monumentenvergunning nodig en soms ook een omgevingsvergunning.

De monumentenvergunning is geregeld in de Monumentenwet 1988 (artikel 11 e.v.). Door de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verandert er weinig in de vergunningprocedure.

Zo blijft de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van kracht, evenals de van rechtswege verlening van de vergunning bij niet tijdig beslissen.

Slechts op een paar punten wijzigt de procedure.

Wat verandert voor archeologische rijksmonumenten

  • De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed toetst de aanvraag op volledigheid (voorheen deed de gemeente dit).
  • De vergunning treedt pas in werking als het besluit onherroepelijk is geworden. Dat is het geval als er binnen de beroepstermijn van 6 weken geen beroep is ingesteld. Als er wel (hoger) beroep wordt ingesteld schort dit de werking van de vergunning op. In dat geval moet worden gewacht tot op het beroep is beslist. De vergunninghouder kan wel via een verzoek om voorlopige voorziening proberen de opschorting te laten opheffen.
  • De minister van OCW is verantwoordelijk voor toezicht én handhaving, maar dan op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in plaats van de Monumentenwet 1988.
  • Strafbepalingen uit de Monumentenwet 1988 verhuizen naar de Wet op de economische delicten (Wed).

Monumentenvergunning gaat voor omgevingsvergunning

Voordat een omgevingsvergunning van kracht wordt voor een activiteit die (ook) een beschermd archeologisch rijksmonument raakt, moet eerst een monumentenvergunning zijn verleend. Dat is een vergunning voor het verstoren van een beschermd archeologisch rijksmonument.

De archeologische monumentenvergunning zal in grote mate bepalend zijn voor de mogelijkheden van de omgevingsvergunning. Het is daarom belangrijk dat het bevoegd gezag de aanvrager van de omgevingsvergunning zo vroeg mogelijk informeert over de samenloop en afstemming van de omgevingsvergunning met de monumentenvergunning. Het vooroverleg is daarvoor een geschikt moment.

Wabo artikel 6.2a