Naar de navigatie

Specifieke uitkering voor excessieve kosten

De minister van OCW kan een uitkering verlenen aan gemeenten en provincies die hebben bijgedragen aan de kosten van een opgraving. Particulieren en ondernemers komen niet rechtstreeks in aanmerking voor deze uitkering.

De volgende drie voorwaarden gaan aan de aanvraag vooraf.

1. Het gaat om verplicht archeologisch onderzoek

De gemeente of provincie verplichten de verstoorder tot het doen van archeologisch onderzoek. De kosten van het archeologisch onderzoek komen voor rekening van de verstoorder. De verstoorder is degene die de voorgenomen ingreep uitvoert.

Een uitkering is alleen mogelijk als de verplichting is opgelegd in een:

  • sloopvergunning beschermd stads- en dorpsgezicht
  • bouwvergunning
  • aanlegvergunning
  • projectbesluit
  • ontheffing van het bestemmingsplan
  • ontgrondingenvergunning
  • besluit ter voorbereiding waarvan een milieueffectrapportage is uitgevoerd

2. Gemeente of provincie ontvangt een verzoek om schadevergoeding

Wanneer de kosten van het archeologisch onderzoek onredelijk hoog zijn, kan de verstoorder een verzoek om schadevergoeding indienen. Dit volgt uit de artikelen 42 Monumentenwet, 26 Ontgrondingenwet dan wel 15.20 van de Wet milieubeheer.

Over het verzoek tot schadevergoeding beslissen de bestuurders van de gemeente of provincie die de opgraving verplicht heeft gesteld. In dit besluit dient onderbouwd te worden hoe de schadevergoeding is vastgesteld.

Deze toegekende schadevergoeding is voor rekening van gemeente dan wel provincie. Het deel van de kosten van de opgraving dat ten laste blijft van de verstoorder wordt het verstoordersdeel genoemd.

De te betalen schadevergoeding kan per geval verschillen. Over de vaststelling daarvan leest u meer onder 'Zie ook'.

3. Er is sprake van excessieve kosten

Het kan zijn dat de toegekende schadevergoeding in redelijkheid niet te dragen is voor de gemeente of provincie. De onredelijkheid wordt bepaald aan de hand van de drempelbijdrage.

Gemeente of provincie kunnen een specifieke uitkering voor excessieve kosten aanvragen als de schadevergoeding de drempelwaarde overschrijdt. Excessief is dat deel van de opgravingskosten dat de som van de drempelwaarde en het verstoordersdeel te boven gaat.

De specifieke uitkering betreft alleen de directe kosten van het definitief archeologisch onderzoek. Het is geen tegemoetkoming voor bijvoorbeeld de kosten van directievoering of vertraging. Onder 'Zie ook' staat een rekenvoorbeeld om de hoogte van de uitkering te kunnen bepalen.

Bij de beoordeling van de aanvraag wordt onder meer bekeken of de aanvraag op basis van redelijke uitgangspunten tot stand is gekomen. De weigeringsgronden voor een uitkering staan in artikel 10 van het Besluit archeologische monumentenzorg.

Jaarlijks wordt een subsidieplafond vastgesteld. Voor 2011 is dit € 2.875.000. De aanvraag die als eerste geweigerd moet worden vanwege het bereiken van het subsidieplafond, komt als eerste in aanmerking voor een specifieke uitkering in het daaropvolgende jaar.

Indieningsvereisten

Gemeente of provincie kunnen de specifieke uitkering in de excessieve kosten schriftelijk aanvragen bij de Rijksdienst. Vermeld dat het om een ‘aanvraag specifieke uitkering excessieve kosten’ gaat. In artikel 3 van het Besluit archeologische monumentenzorg staat welke stukken bij deze aanvraag horen.

Meer informatie

In hoofdstuk 2 van het Besluit archeologische monumentenzorg en de paragrafen 1.1. en 2.1 t/m 2.26 van de bijbehorende nota van toelichting staan de details van de regeling te lezen. Als u overweegt om een aanvraag in te dienen is het raadzaam deze informatie goed door te lezen.

Mocht u daarna nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de InfoDesk.