Naar de navigatie

Monitor meet staat van onderhoud rijksmonumenten

81 procent van de rijksmonumenten die door de Monumentenwacht op hun bouwkundige staat zijn geïnspecteerd, verkeert in redelijke tot goede staat.

Dat is de uitkomst van de eerste Monitor gebouwd erfgoed 2009 waarover minister Plasterk op 14 december de Tweede Kamer heeft geïnformeerd. De monitor is een nulmeting en maakt de staat van onderhoud van rijksmonumenten meetbaar. In vervolg hierop geeft minister Plasterk opdracht aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed tot uitbreiding van de monitor voor het totale rijksmonumentenbestand.
 
Uit de monitor blijkt dat 81 procent van 11.500 rijksmonumenten die in 2008 door de Monumentenwacht zijn geïnspecteerd in redelijke tot goede bouwkundige staat verkeert. Alleen de categorie verdedigingswerken vormt hierop een uitzondering. Slechts de helft van de verdedigingswerken die zijn geïnspecteerd verkeert in redelijke tot goede staat. De monitor bestrijkt met 11.500 monumenten bijna 19 procent van het totale monumentenbestand.
 
Deze monitor is een vervolg op de eerste Erfgoedbalans, die verschenen is in april 2009.
 
Voor de monitor is gebruikgemaakt van gegevens van de Monumentenwacht Nederland. De Monumentenwacht biedt expertise en ondersteuning aan een eigenaar in de vorm van meerjarige inspectierapporten van zijn monument. Eigenaren kunnen met een abonnement op de Monumentenwacht periodiek hun monument laten inspecteren op mogelijke gebreken.
 
Minister Plasterk zet aanvullend onderzoek uit voor de groep monumenten die niet structureel wordt geïnspecteerd door de Monumentenwacht. Verder wil hij een vergelijking maken van de staat van monumenten die wel of niet subsidie ontvangen. De monitor moet tevens de staat van het groene erfgoed, zoals tuinen en parken, in kaart brengen. Met deze eerste monitor en de geplande vervolgonderzoeken kan de minister de instandhoudingseffecten van zijn monumentenbeleid beter inzichtelijk maken.
 
Minister Plasterk ontvangt de Monitor gebouwd erfgoed 2009 uit handen van projectleider Leon Bok bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed