Nummer 6 / 15 oktober 2009
Scheepsarcheologisch Nieuws
Nummer 6 / 15 oktober 2009
Inhoud
Elke zomer organiseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, samen met Flevoland, Lelystad, de Rijksuniversiteit Groningen en museum Nieuw Land de International Fieldschool for Maritime Archaeology Flevoland (IFMAF), waarbij studenten de kans krijgen ervaring op te doen met het opgraven, inmeten en onderzoeken van een scheepswrak. Dit jaar viel de keus op een scheepswrak in Luttelgeest. In 2004 stuitte een boer daar bij het diepploegen op houtfragmenten en een kanon. Het kanon was vermoedelijk zestiende eeuws. Twee houtmonsters leverden een datering op van rond 1573 en 1593. Hierdoor ontstond het vermoeden dat het hier wel eens zou kunnen gaan om één van de oudste bewapende schepen die ooit in Nederland zijn teruggevonden. Acht studenten uit Groningen en Leiden gingen vier weken lang onder begeleiding aan de slag.

Zij kwamen er al snel achter dat er slechts over een lengte van 11 meter hout in de bodem zat. Het ging dus om een klein, waarschijnlijk onbewapend schip. Ook werd vastgesteld dat het wrak door het diepploegen zwaar was verstoord. Het schip werd handmatig vrijgelegd, losliggende delen werden ingetekend, genummerd en in folie gewikkeld. Er werden niet alleen tekeningen op papier gemaakt, maar ook 3D afbeeldingen met behulp van een digitale tekenarm.

Vondsten

Naast los hout kwamen al snel vondsten aan het licht: plavuizen en metaalvondsten zoals een ijzeren luikoverslag en een breeuwijzer. Een breeuwijzer werd gebruikt om mos tussen de houten planken te stoppen, wat het schip waterdicht maakte. Dit breeuwsel werd in positie gehouden door houten latjes die op de naden lagen en op hun beurt met ijzeren klemmetjes (sintels) in het hout werden bevestigd. De plavuizen (van een stookplaats) en de overslag wijzen er op dat de vondstplek het achterschip moet zijn geweest. Tijdens de derde week bleek er een volledig intacte baardmankruik in het schip te liggen. Deze vondst gaf een indicatie dat het hier om een laat 16e eeuws schip ging.
Ook over de constructie van het schip werden interessante bevindingen gedaan. De maximale lengte van het schip was ongeveer 14 meter met een breedte van ca. 4 meter. Het is niet onwaarschijnlijk dat het schip diende om vracht te vervoeren. Het is uit deze regio bekend dat afval uit de dorpen en steden vaak met schepen weg werd gevoerd en gedumpt in de Zuiderzee.

Verder onderzoek

Omdat het wrak in slechte staat verkeerde en op een diepte lag waar het verdere verstoring zou ondergaan, werd besloten het gehele wrak te lichten. De planken en inhouten werden één voor één gelicht en ingesealed en vervolgens, samen met de overige vondsten, naar de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst in Lelystad gebracht. Daar worden ze nu bewaard. Eén van de studenten zal schip en inventaris in het kader van zijn opleiding verder onderzoeken. Hij gaat een volledige analyse maken van de constructie en de inventaris van het schip en zal eventueel een aanzet geven voor het maken van een scheepsmodel.

Zaterdag 27 juni werd bij de opgraving een succesvolle open dag gehouden, waarbij de bezoekers niet alleen het wrak en de gevonden voorwerpen konden zien, maar ook de archeologen aan het werk. De studenten hielden gedurende het veldwerk een weblog bij. Het verslag van de opgraving kunt u nog nalezen op http://ifmaffieldschool.blogspot.com. Terug naar boven
beeld 1
In opdracht van Rijkswaterstaat IJsselmeergebied heeft ADC Maritiem in samenwerking met Periplus Archeomare en Subcom het wrak gelicht van een waterschip in het IJmeer. Het wrak is in 2007 aangetroffen tijdens baggerwerkzaamheden voor de vaarroute Amsterdam-Lemmer (VAL). Tijdens een verkennend onderzoek is gebleken dat van het wrak het vlak over de volledige lengte bewaard was gebleven en dat zich tussen de ballast (een deel van de) inventaris bevond. Verder zijn in de bun vele visgraten aangetroffen. Op basis van dendrodatering en de aanwezigheid van een duit in de bun kon de ondergang van het wrak rond 1600 n. Chr. bepaald worden.

De lichtingsoperatie was noodzakelijk omdat het wrak in de geplande vaargeul lag en niet in situ behouden kon blijven. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft zodoende in het besluitvormingsproces aangestuurd op het laten uitvoeren van een KNA conforme opgraving.
De lichting bestond uit verschillende fasen. Eerst zijn de ballaststenen uit het wrak verwijderd. Naar schatting bevond zich circa vijf ton zwerfkeien aan boord. Vervolgens is de vondstlaag in het wrak systematisch opgegraven. De volgende stap bestond uit het graven van sleuven om het wrak met behulp van het kraanschip. Vanuit deze sleuven zijn gaten onder het wrak door vrijgezogen met een zuigpomp ten behoeve van het plaatsen van hijsbanden. Tijdens het vooronderzoek was vastgesteld dat de scheepsconstructie niet sterk meer was en zodoende is besloten tot het lichten in drie delen, waarbij per wrakdeel vier brede hijsbanden zouden worden geplaatst om het wrak zo veel mogelijk te ondersteunen. De lichtingsoperatie is voorspoedig verlopen. De drie wrakdelen zijn in een zandbed op een terrein bij Zeeburg geplaatst dat de gemeente Amsterdam ten behoeve van dit project beschikbaar heeft gesteld.
De volgende stap van het onderzoek bestaat uit een nauwkeurige documentatie van het wrak op het droge. Verder worden de vondsten geconserveerd en nader onderzocht. Ook zal specialistisch onderzoek plaatsvinden naar de visgraten en het breeuwsel. Tenslotte zal in oktober een beslissing worden genomen over de bestemming van het wrak na de documentatiefase. Het is goed mogelijk dat delen van het wrak geconserveerd zullen worden ten behoeve van expositiedoeleinden in de regio.
Door: W.B. Waldus, ADC ArcheoProjecten

Terug naar boven
beeld 2
In het kader van het project “ruimte voor rivieren” worden door Rijkswaterstaat rivierkundige maatregelen genomen om de afvoeren van rivieren, voornamelijk Rijn en Maas, te verbeteren. Momenteel wordt een pilot uitgevoerd met het subproject “kribverlaging”, dat als doel heeft de waterstaatkundige geschiedenis van kribben en strekdammen in beeld te brengen en typologisch vast te leggen.
Bij dit project, dat op 10 augustus 2009 van start is gegaan, zullen 100 kribben worden verlaagd en wordt tevens gekeken hoe het staat met de archeologische verwachting van het werk. In het verleden is gebleken dat zich nogal eens oude kribben onder bestaande kribben bevinden. Soms treft men in zo’n kern scheepsresten aan.
Bij de derde te verlagen krib in de Waal is een dergelijke krib van de tweede generatie aangetroffen. De aannemer heeft op verzoek het werk stil gelegd en onder archeologische begeleiding van bureau RAAP is deze krib onderzocht, waarbij de structuren ervan zijn ingemeten. Onderdeel van de pilot is ook bureauonderzoek: aan de hand van historische kaarten wordt een voorselectie gemaakt van vermoedelijk interessante en intacte cultuurhistorische kribben.
Op basis van een convenant adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed deze projectgroep en toetst en autoriseert de archeologische producten.
Aan het begin van de pilot is nu gebleken dat de toegepaste methodiek werkt. Nadat de eerste 100 kribben in de pilot zijn bekeken, zullen er nog 600 volgen.
Terug naar boven
beeld 3
In de archipel bij Stockholm, is een wrak gevonden van vermoedelijk een zeventiende eeuws Nederlands schip. Het ligt op 43 meter diepte en is daar ontdekt door drie duikers die eigenlijk op zoek waren naar een ander schip.
De vinders hebben filmopnamen gemaakt waaruit blijkt dat het waarschijnlijk een Nederlands fluitschip betreft en dat het schip in goede staat verkeert. Masten, dek en romp lijken nog intact. Het scheepswrak wordt wel “het Leeuwenwrak” genoemd, omdat op het roer het beeldhouwwerk van een leeuw staat.
Benno van Tilburg en Martijn Manders van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed maken deel uit van een internationale researchgroep, opgericht in maart 2008, die ook het in Zweedse wateren aangetroffen “spookwrak” onderzoekt. Deze researchgroep, die onder leiding staat van de Zweedse maritiem archeoloog Johan Rönnby, komt dit najaar in Lelystad bij ekaar om het onderzoek naar de twee schepen te bespreken en de identiteit en type vast te stellen van de schepen. Mochten we hier van doen hebben met Nederlandse fluitschepen dan wil men vanuit de Nederlandse kant de mogelijkheden onderzoeken om, gelet op inhoudelijke, wettelijke en financiele randvoorwaarden, één van de twee schepen op termijn te lichten en over te brengen naar de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst in Lelystad waar het kan worden onderzocht, geconserveerd en voor publiek ten toon zal worden gesteld.

Benno van Tilburg, locatiemanager van de afdeling Scheepsarcheologie, ziet hiervoor zeker mogelijkheden, al begrijpt hij heel goed dat een dergelijk project heel wat voeten in de aarde zal hebben. Om te beginnen zal de Zweedse overheid toestemming moeten geven, omdat zij formeel eigenaar zijn van de wrakken. Bovendien is het een vijf- tot tien jarenplan dat veel geld zal kosten. Van Tilburg vindt het echter meer dan de moeite waard. Het fluitschip is een icoon van de Nederlandse handel op de Oostzee. Op die manier kan in Lelystad een belangrijk hoofdstuk uit de Nederlandse maritieme historie voor publiek tot leven worden gebracht.

foto:Jonas Rydin
Terug naar boven
beeld 4
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad organiseert tijdens de Week van de Geschiedenis enkele speciale activiteiten. De Week van de Geschiedenis vindt plaats van 17 t/m 25 oktober. Het thema is dit jaar “Oorlog en vrede”. Afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst haakt hier onder andere op in met een presentatie door maritiem historica Els van Eijck van Heslinga over de Sailing Letters.

De Sailing Letters:

"Lieve man, past toch vooral op uw kostelijke lichaam, waar ik uw lieve vrouw zo bang voor ben, omdat het hier zo koud is. Lief, ben allang benauwd dat je nog ziek zult worden lief, en omdat gij mijn lieve schatje in het geheel tegen geen ongemak kunt, ben ik daar allang bang voor".
Dit schreef de Texelse zeemansvrouw Aagje Luijtsen in november 1776 aan haar man. Het is een voorbeeld van de bijna 40.000 particuliere Nederlandse brieven die in de 17e en 18e eeuw tijdens oorlogen werden buitgemaakt door de Engelsen. Deze brieven en een schat aan ander materiaal (scheepsjournalen, aanbevelingsbrieven, ladingboekjes, kwitanties etc.) bevinden zich in de Engelse National Archives in Londen.

Dit materiaal vormt een zeer belangrijke bron voor historisch onderzoek op allerlei terreinen. Persoonlijke brieven van en aan Nederlandse zeelieden zijn in Nederland maar sporadisch bewaard gebleven. In Engeland, waar de scheepspapieren als oorlogsbuit in het archief werden opgenomen, is dit wel het geval.
In de vele oorlogen waarin Engeland en Nederland elkaar ook ter zee bevochten, hebben Engelse kaapvaarders duizenden Nederlandse schepen opgebracht. De rechtmatigheid daarvan moest voor een Engelse Prize Court bewezen worden, onder meer aan de hand van de papieren die aan boord van de schepen gevonden werden. Daarom nam men direct al bij de overname van het schip alles van papier mee, inclusief de post van en naar alle delen van de wereld, en van en naar de opvarenden van Nederlandse schepen. Al die brieven zijn eeuwenlang goed bewaard gebleven. Pas in 2005 heeft een eerste globale inventarisatie plaatsgevonden. Het betreft een unieke bron voor wetenschappers uit verschillende disciplines, onder meer omdat de schrijvers van de brieven vaak behoren tot bevolkingsgroepen van wie nauwelijks enig geschreven materiaal bewaard is gebleven.

Maritiem historica Els van Eijck van Heslinga vertelt over de Sailing Letters op donderdag 22 oktober, in het gebouw voor scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Verhalen die boeiend zijn voor jong (v.a. 12 jaar) en oud en waarbij heel veel plaatjes worden getoond.

Aanvang 14.00 uur. Toegang is gratis.
Adres: Oostvaardersdijk 01-04, 8244 PA Lelystad.
Aanmeldingen: bel 0320-269706 of mail naar l.resink@cultureelerfgoed.nl
Voor een routebeschrijving: zie www.cultureelerfgoed.nl
Terug naar boven
beeld 5
Colofon
Contactgegevens
Locatie Lelystad
Oostvaardersdijk 01-04
8244 PA Lelystad

Tel. 0320-269700
info@cultureelerfgoed.nl www.cultureelerfgoed.nl
InfoDesk
Voor alle vragen op het gebied van archeologie, monumenten en cultuurlandschap.

T 033 - 42 17 456
E info@cultureelerfgoed.nl
 

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message.
The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.

Ministerie van Justitie.