Nummer 8 / maart 2010
Scheepsarcheologisch Nieuws
Nummer 8 / maart 2010
Inhoud
Door storm, ijsgang, aanvaringen, zandplaten, onkundige loodsen en ander onheil zijn in de loop der eeuwen honderden schepen vergaan in de wateren rond Texel. Van de gelokaliseerde scheepswrakken die door scheepsarcheologen onderzocht zijn weten we meer van de bouw, lading, inventaris en datering. Maritiem historisch onderzoek levert informatie op zoals namen van schip, opvarenden en betrokken kooplieden, de globale plaats en datum van ondergang en gegevens over lading en berging.

Archeologen en historici profiteren onvoldoende van elkaars werk. De door archeologen verzamelde informatie is voor anderen slechts beperkt toegankelijk (zoals de precieze locatie van een gevonden wrak en de aangetroffen lading aan boord), historici stuiten in de archieven soms op prachtige vermeldingen van scheepsrampen die ze terzijde schuiven omdat ze voor het eigen onderzoek niet van belang zijn, maar die de schakel zouden kunnen vormen bij de identificatie van een scheepswrak. Hoe nu deze informatie te koppelen?

Bij de afdeling Scheepsarcheologie van de RCE te Lelystad is een pilotproject gestart naar de vermeldingen van scheepsrampen uit de periode 1575-1795 bij Texel. Deze werden verzameld uit literatuur en archieven verspreid over het land. Na een kritische schifting (want scheepswrakken werden soms jaren na de ondergang van het schip alsnog geborgen) leverde dit een lijst op van 300 gevallen van schipbreuk en dus mogelijk wrakvorming rond Texel.

Het is de bedoeling met de verzamelde basisinformatie een format te ontwikkelen waarin toekomstige onderzoekers in binnen- en buitenland gegevens kunnen borgen óf deze vanuit de database kunnen betrekken voor onderzoek naar maritieme onderwerpen. De uiteindelijke database zal met op andere locaties gezonken schepen moeten worden uitgebreid. Over de beschikbaarstelling van het verzamelde materiaal en de eventuele verdere ontwikkeling van de database zult u via deze nieuwsbrief op de hoogte worden gehouden.

Kent u vermeldingen van scheepsrampen bij Texel uit de periode 1575-1795 uit literatuur of archiefbronnen die u met anderen wilt delen, dan zijn we daarin geïnteresseerd. Stuur deze dan per post toe aan:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
afd. Scheepsarcheologie
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort

ter attentie van Maarten Hell (freelance historisch onderzoeker)
of aan Wilma Gijsbers (conservator van het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot)
of per e-mail: m.hell@cultureelerfgoed.nl of w.gijsbers@cultureelerfgoed.nl


Terug naar boven
beeld 1
In de zomer van 2009 is door de International Fieldschool for Maritime Archaeology Flevoland een scheepswrak opgegraven nabij Kuinre in de Noordoostpolder.Tijdens de opgraving is besloten het sterk aangetaste en beschadigde scheepswrak te lichten en voor nadere documentatie over te brengen naar de werkplaatsen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Lelystad. Door archeologiestudent Joep Verweij van de Rijksuniversiteit Groningen is daar in samenwerking met medewerkers van deze dienst de scheepsconstructie van het wrak getekend en verder gedocumenteerd. Niet bekend is om wat voor schip het gaat. Mogelijk dat nader onderzoek daar inzicht in kan verschaffen. Het vlak loopt zowel aan de voor- als achterkant spits toe en vertoont daarmee enige gelijkenis met een praam. Aan het eind van de zestiende eeuw was het kustgebied van Kuinre tot Zwartsluis onderdeel van het frontgebied in de tachtigjarige oorlog. De kennis van de toenmalige maritieme infrastructuur is summier en zeer fragmentarisch. Het wrak op kavel NR 4 draagt op bescheiden wijze bij en prikkelt tot verder archeologisch en historisch onderzoek naar die infrastructuur.

In 2004 is de eigenaar van kavel NR 4 nabij Kuinre overgestapt op de teelt van bloembollen. Daartoe moest het land worden omgeploegd op grote diepte, terwijl daarvóór de grondbewerking alleen bestond uit het omploegen van de toplaag. Als gevolg van het diepploegen is het wrak zwaar beschadigd geraakt. De ploeg blijkt om de 90 cm door het wrak te zijn getrokken. Verbazend genoeg zijn delen van het voor- en achterschip en een verbindende zandstrook aan één zijde bewaard gebleven. Ook is een compleet zijspant teruggevonden. Ondanks het ontbreken van beide stevens, is van het overgebleven materiaal net voldoende over om een model te maken. Schutten heeft op het achtste Glavimans symposium een vaartuig beschreven met een vrijwel recht en plat bodemvlak uitlopend in puntige einden, en drie overnaadse zijgangen. Het NR4 model heeft overeenkomstige kenmerken. Onzeker blijft of voor- en achtersteven recht vallend of gekromd zijn geweest. Er ontbreken derhalve te veel elementen om het scheepswrak toe te schrijven aan een bepaald scheepstype.

In 2004 is het op kavel NR 4 aangetroffen scheepshout bemonsterd ten behoeve van dendrochronologisch onderzoek. De datering laat zien dat het gaat om hout uit het midden en noorden van Zweden met kapdatums tussen 1568 en 1599. Het is echter onduidelijk of dit hout afkomstig is van het wrak NR 4. Mogelijk is op de kavel een tweede nog niet getraceerd wrak aangeploegd, waar dit hout van afkomstig is. Daarom zijn opnieuw houtmonsters genomen die nog moeten worden geanalyseerd. Gelukkig is op één van de vlakgangen een vastgeroest muntje gevonden uit 1581. Ook is een complete baardmankruik gevonden in het schip met een zestiende-eeuwse datering. De baardmankruik is op zijn kop tussen de spanten diep in het achterschip aangetroffen.
Er zijn geen aanwijzingen dat het schip bewust is afgezonken.

Tussen 1570 en 1670 is de handel in turf met omliggende gewesten vanuit Noordwest Overijssel op zijn hoogtepunt. Blokzijl is het grootste scheepvaartcentrum dat het Drentse en Overijsselse achterland via de Zuiderzee verbindt met Holland en Friesland. Uit bezwaarschriften, koopakten en gildebrieven blijkt dat vrachtschepen op de binnenwateren rond het einde van de zestiende eeuw worden aanduid met namen als potten, kagen, pongen, pramen en platschuiten. Pramen zouden goedkoper zijn geweest en hadden meer laadcapaciteit dan potten. Volgens Schutte kan de praam heel goed ontstaan zijn uit de platschuit of bok, in het gebied van Steenwijk en Giethoorn. Primaire functie is het vervoer van turf naar Blokzijl. Pramen hebben zich ook op de Zuiderzee gewaagd. Er zijn aanwijzingen dat zeegaande rivierschepen werden opgeboeid, een praktijk die bekend is van de latere negentiende-eeuwse zompen in Overijssel. Het wrak NR 4 kan een “geboeyde prame” zijn geweest, een term die is gebruikt in een akte uit 1635.

Van 1582 tot 1592 is Steenwijk in handen van de Spanjaarden in de tachtigjarige oorlog.
De schansen van Kuinre, Blokzijl en Zwartsluis dienen als logistieke basis voor de Staatse troepen, van waaruit pogingen worden ondernomen om Steenwijk te bevrijden. Het wrak NR 4 kan een rol hebben gespeeld in dit conflict, of in de nasleep hiervan, hoewel daarvoor geen concrete archeologische aanwijzing bestaat. Op kavel NR 4 is een smeedijzeren kanon met korte loop gevonden, maar dit kan afkomstig zijn van een wrak elders op de kavel.

Met een lengte en breedte van het vlak van bijna 11 m. bij 2,80 m. moet NR 4 een schip zijn geweest van maximaal 15 m. bij 4 m. De holte van de bodem tot aan de bovenkant van de krommer in de zijde bedraagt ruim 1 m. In de zestiende eeuw zou dit een middelgroot vrachtschip zijn geweest. Helaas is geen lading of inventaris gevonden waarmee enig licht kan worden geworpen op de functie van het wrak. Het schip kan afval uit omliggende dorpen hebben vervoerd, maar ook turf, soldaten, materieel of voeding. Dit wrak vertegenwoordigt slechts een klein element in een maritieme infrastructuur waarvan de kennis gering is. Een combinatie van brononderzoek in lokale archieven en onderzoek in het wrakkenbestand aanwezig in het archief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Lelystad zou aanvullende informatie kunnen opleveren.
Door: Joep Verweij: Student Maritieme Archeologie Groningen

Terug naar boven
beeld 2
Middeleeuws bootje uit Arnhem bijna compleet.
Vorig jaar werd in een plas bij Arnhem het achterste deel van een 13de eeuws scheepswrakje bovengehaald. Het voorste deel werd al in de jaren ’70 geborgen en onderzocht. Sportduikers uit Arnhem hebben de laatste maanden nieuwe stukken hout aangeleverd bij afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst in Lelystad waardoor de onderzoekers het wrak nóg vollediger kunnen reconstrueren. Zo is ook een deel van de spiegel, het vlakke afsluitstuk van deze boot, teruggevonden. Samen met collega’s van het Deutsche Schiffahrtmuseum wordt nu samengewerkt om de vondst van Arnhem en een gelijkaardige vondst uit Krefeld (D) te gaan onderzoeken en vergelijken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een nieuw aangeschafte digitale tekenarm waarmee erg nauwkeurige tekeningen gemaakt kunnen worden. Later dit jaar gaan de onderdelen in de conservatietank. Na de definitieve reconstructie wordt het bootje aan Arnhem in bruikleen gegeven.
Terug naar boven
beeld 3
In januari zijn twee medewerkers van afdeling Scheepsarcheologie van de RCE, samen met een medewerkster van dendrochronologisch instiruut RING, op identificatie-missie naar het Museum Artica en Antartica in St. Petersburg geweest. Daar is ter plekke een non-destructief onderzoek uitgevoerd op een vermoedelijk stuk scheepshuid van de Willem Barentsz. Van een aantal scheepsdelen, die volgens de Russen tot het wrak van Barentsz behoorden, wees onderzoek uit dat dit niet het geval was. Houtmonsters gaven te zien dat deze scheepsdelen 20ste eeuws waren. Vervolgonderzoek zal zich concentreren op een groot scheepsdeel van vier bij één meter. Gekeken wordt of het scheepsdeel in Rusland of in Nederland gedateerd en geconserveerd kan worden.

Terug naar boven
beeld 4
De Swedish Knowledge Foundation heeft 3 miljoen Zweedse kronen ter beschikking gesteld voor onderzoek naar het Ghost Ship, het in bijzonder goede staat verkerende en vermoedelijk Nederlandse fluitschip dat in mei 2009 op 130 meter diepte in de Baltische zee werd aangetroffen. Het geld zal gezamenlijk worden ingezet door het nieuwe Instituut voor Maritieme Archeologie van de Södertörn Universiteit en de onderzoeksmaatschappij MMTAB te Götenborg. Zij zullen nagaan in hoeverre geavanceerde onderzoekstechnieken ingezet kunnen worden bij het onderzoek naar dit 17-eeuwse scheepswrak.

Deep Sea prodictions maakt in opdracht van National Geographic en de Zweedese televisie een film over het project die in 2011 opgeleverd zal worden.

Terug naar boven
beeld 5
In januari is begonnen met het fotograferen van een deel van de maritieme collectie in het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot, dat door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad wordt beheerd. Het beoogde resultaat van dit project is om van alle gedeponeerde scheepsarcheologische objecten afzonderlijke opnamen te maken die worden gekoppeld aan de ervan aanwezige objectbeschrijvingen in het collectiebeheersysteem Adlib. Op deze wijze kan de collectie maritieme vondsten worden ontsloten, geheel in lijn met de taak van het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot als kennisinstituut. Niet alleen worden de collectiebeschrijvingen in Adlib met foto’s aangevuld, maar het project gaat gepaard met controle van de staat van de maritieme vondsten en zal als basis dienen voor een overkoepelend collectieplan.

Het gaat om ca. 33.000 objecten uit de :”landcollectie” (ca. 67%) en de “onderwatercollectie” (ca. 33%). Tevens worden scheepsmodellen en replica’s van objecten gefotografeerd.

Terug naar boven
beeld 6
Colofon
Contactgegevens
Locatie Lelystad
Oostvaardersdijk 01-04
8244 PA Lelystad

Tel. 0320-269700
info@cultureelerfgoed.nl www.cultureelerfgoed.nl
InfoDesk
Voor alle vragen op het gebied van archeologie, monumenten en cultuurlandschap.

T 033 - 42 17 456
E info@cultureelerfgoed.nl
 

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message.
The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.

Ministerie van Justitie.